Sociaal-emotionele vorming

Niet los te zien van het pedagogisch klimaat is de sociaal-emotionele vorming van een kind. Sociale en emotionele vorming omvat een grote diversiteit aan onderwerpen. Denk bijvoorbeeld aan de werkhouding van kinderen, het zelfbeeld van kinderen en speelplaatsgedrag. Om binnen de school op een goede manier te werken aan de sociale en emotionele vorming is het belangrijk als school/team, naast een methode, een visie te hebben van waaruit men kinderen gaat ondersteunen. Als team is het belangrijk vanuit een gezamenlijke visie te handelen. Wij vormen deze visie door regelmatig met elkaar over sociaal-emotionele vorming te spreken.

Hierbij maken we onderscheid in schoolniveau, groep-/bouwniveau en individueel niveau.

Schoolniveau

Hierbij gaat het vooral om teambesprekingen waarbij onderwerpen als omgangsvormen binnen de school, waarden en normen, contacten met ouders, speelplaatsgedrag, leerlingvolgsysteem, etc. aan bod komen. Elkaar informeren om zo te komen tot gezamenlijke afspraken staat centraal.

Groepsniveau

Hierbij gaat het om onderwerpen die de groep als insteek kiest waarbij naast informatieoverdracht vooral het vergroten van leerkrachtvaardigheden centraal staat. Omgaan met conflicten binnen de eigen groep. Het pedagogisch klimaat binnen de groep.

Individueel niveau

Hierbij gaat het om de specifieke ondersteuning van een leerkracht bij bijvoorbeeld problematisch leerlinggedrag, het coachen van leerkrachten in het uitvoeren van pedagogische handelingsplannen.

Kanjertraining

Om het pedagogische klimaat nog beter te kunnen verwezenlijken besteden we met de hele school aandacht aan de Kanjertraining. De leerkrachten hebben een opleiding tot kanjertrainer en gaan samen met de kinderen aan het werk. In de Kanjertraining worden verschillende oefeningen gedaan: er zijn bijvoorbeeld lichamelijke oefeningen waardoor je meer vertrouwen leert te krijgen in anderen.

In de kanjertraining staan vier types (dieren/ kleuren van petjes) centraal:

  • De pestvogel
    De pestvogel heeft een zwart petje, hij houdt van pesten en is niet aardig.
  • Het aapje
    Het aapje heeft een rood petje, het aapje lacht overal om. Hij lacht om anderen (uitlachen) en maakt anderen graag aan het lachen, ook als er niets te lachen valt.
  • Het konijntje
    Het bange konijntje heeft een geel petje, hij durft nergens op af te stappen en is eigenlijk bang voor alle mensen. Hij blijft liever in zijn huisje.
  • De tijger
    De tijger met zijn witte petje is de kanjer! Een kanjer komt voor zichzelf op en durft zijn eigen mening te geven. Een Kanjer weet dat niet iedereen hem aardig vindt, gewoon, omdat dat zo hoort.

In elk lokaal hangen onze 5 basisregels die horen bij de kanjertraining: Niemand speelt de baas, we vertrouwen elkaar, we helpen elkaar, niemand lacht uit, niemand doet zielig.